Faalangst reductietraining
Faalangst is een vorm van angst waar veel mensen mee te maken hebben. In de meeste woordenboeken wordt het omschreven als “angst dat je niet voldoet aan de gestelde verwachtingen”. Zoals de omschrijving doet vermoeden heeft dit dus altijd met andere mensen te maken, zij zijn immers degenen die deze verwachtingen stellen. Het kan ook zijn dat je vooral voor jezelf de lat erg hoog hebt gelegd en aan die verwachtingen niet kunt voldoen. Faalangst heeft veel met je zelfvertrouwen te maken. Door de angst om te falen kan je zelfvertrouwen een stuk minder worden.

Faalangst kun je hebben bij het maken van proefwerken of examens, het presenteren van een werkstuk of opdracht, maar ook bij het praten met klasgenoten. Voel je je regelmatig meer dan normaal gespannen als je iets moet presteren of met mensen moet praten, merk je dat je daardoor slechter presteert of situaties uit de weg gaat, dan is het goed om dit aan je mentor te vertellen.
Er bestaan eenvoudige manieren om af te komen van faalangst. Daarvoor kun je een training volgen die de faalangst vermindert, reduceert; een faalangstreductietraining. 

Hoe gaat het in zijn werk?
Naar aanleiding van opmerkingen van de leerling, de ouders en de docenten in combinatie met de uitkomsten van een test uit het programma Insight, wat ook wordt gebruikt voor LOB (voor uitleg LOB, klik hier), selecteert de mentor in de tweede klas de leerlingen bij wie er een vermoeden is van faalangst. Bij deze leerlingen wordt een faalangstvragenlijst afgenomen. Faalangstige leerlingen komen in aanmerking voor de faalangstreductietraining die gegeven wordt door een gespecialiseerde docent. De training wordt gegeven in de tweede helft van het schooljaar. 
Ook voor leerlingen in de bovenbouw bestaat de mogelijkheid om deel te nemen aan een faalangstreductietraining of examenvreestraining. De mentor meldt de leerling hiervoor aan.