Dyslexie

Voor een goede start in het voortgezet onderwijs is het belangrijk dat individuele achterstanden op het gebied van lezen en spelling zo snel mogelijk verder in kaart worden gebracht. Daarvoor gebruiken we de gegevens uit het onderwijskundig rapport van de basisschool. Met het Protocol Dyslexie als leidraad nemen we bij brugklasleerlingen met een grote lees- of spellingachterstand in het begin van het schooljaar een onderzoek naar dyslexie af. De uitkomsten van het onderzoek kunnen een vermoeden van dyslexie versterken. In dat geval zal geadviseerd worden extern onderzoek te laten uitvoeren naar dyslexie. 

Leerlingen die langzaam blijken te lezen kunnen in het eerste leerjaar leesoefeningen krijgen om die thuis te doen. Leerlingen met een ernstige spellingsachterstand komen het eerste leerjaar in aanmerking voor bijlessen spelling om de achterstanden te verminderen.

Voor leerlingen met een dyslexieverklaring wordt er in de klas gewerkt met een algemeen handelingsplan. In dit algemene handelingsplan staan begeleidingsadviezen voor de mentor en de docenten. Alle docenten zijn door middel van een faciliteitenlijst op de hoogte van de specifieke faciliteiten van de leerling.

Leerlingen met dyslexie krijgen in het eerste leerjaar een aantal weken begeleiding van onze Remedial Teacher om te oefenen hoe Engels, Frans, aardrijkskunde en geschiedenis geleerd moeten worden.

Bij het bepalen van de faciliteiten wordt het principe van minst-naar-meest ingrijpend gehanteerd. Een leerling met dyslexie krijgt in ieder geval extra tijd bij proefwerken en schriftelijke overhoringen en aangepaste beoordeling van de spelling. Daarnaast zijn er op grond van de geconstateerde problemen en het diagnostisch rapport andere faciliteiten mogelijk zoals vergrote teksten of een regelschrift.
Aan het eind van ieder schooljaar evalueert de orthopedagoog met de leerling hoe het is gegaan en worden de faciliteiten eventueel bijgesteld.

Met de leerlingen van 4 vmbo-t, 5 Havo en 6 VWO houdt de orthopedagoog aan het begin van het examenjaar een gesprek waarin de faciliteiten voor het examen worden vastgesteld. Deze zijn doorgaans dezelfde als in het voorexamenjaar.
Wanneer de leerling aangeeft bij het examen gebruik te willen maken van andere dan deze faciliteiten, wordt er gekeken naar de klachten van de leerling en de bevindingen van het docententeam. In november ontvangen de ouders/verzorgers en de leerling een brief met daarin de faciliteiten waarvan de leerling op het examen gebruik zal maken. Een leerling met dyslexie heeft op het examen in ieder geval recht op 30 minuten extra tijd per examenonderdeel.

Klik hier voor het informatieblad 'Faciliteiten voor leerlingen met dyslexie'.